Willem van der Marel schuift met een kwieke beweging aan in een klein café in het centrum van Bergen, Noord-Holland. Hij is 75, maar er is werkelijk níets aan hem dat zich daaraan houdt. Zijn stem is warm, zijn blik levendig en zijn houding meer die van een man die net een nieuw avontuur is gestart dan van iemand die op leeftijd is. “Je moet me niet vragen naar ouderdom,” grijnst hij. “Daar weet ik niets van.”

Hij drinkt zijn thee zonder suiker, rechtop zittend, handen gespannen alsof hij elk moment weer op kan springen om verder te gaan met zijn dag. En eerlijk is eerlijk: dat is waarschijnlijk ook zo.

Een dagelijks leven vol beweging

Willem woont in een vrijstaand huis aan de rand van het Bergerbos. “Lekker dicht bij de natuur,” zegt hij. “Die houdt me jong.” Hij wandelt elke ochtend tien kilometer door het duin, ongeacht het weer. Regen, hagel, storm — het maakt hem weinig uit. “Ik ben waterdicht,” lacht hij. “Of in elk geval: ik doe alsof.”

Daarnaast fietst hij regelmatig naar Schoorl en terug, en sinds kort heeft hij het zwemmen herontdekt. “In het begin voelde ik me een beetje een drenkeling in slow motion,” grapt hij, “maar nu… ja, nu kan ik er echt mijn hoofd in leegmaken.”

Zijn agenda is zo vol dat hij weleens grappend zegt dat hij “parttime gepensioneerd” is. Lezingen geven voor vrijwilligersclubs, helpen bij een lokaal natuurproject, schilderlessen volgen, en op woensdag past hij met zichtbaar plezier op zijn kleindochter Noor. “Ze noemt me ‘Opa Turbo’,” zegt hij trots. “Dat vat het wel samen.”

Over ouder worden: Willem heeft een filosofie

“Het leven bestaat bij de gratie van nieuwsgierigheid,” vertelt hij terwijl hij zijn handen spreidt. “Dat is alles. Als je stopt met jezelf verwonderen, stopt de motor.” Hij kijkt me even serieus aan. “Veel mensen worden oud omdat ze zichzelf vertellen dat ze oud zijn. Het begint tussen de oren, niet in de knieën.”

Volgens Willem is er geen formule, geen superfood, geen magische routine. “Je moet iets hebben om voor uit bed te komen,” zegt hij. “Dat is mijn hele geheim. En trouwens: een beetje humor helpt ook.”

Het verlies dat hem gevormd heeft

Willem verloor zijn vrouw Anna zeven jaar geleden. “Dat breekt je,” zegt hij zacht. Hij kijkt naar buiten, waar het licht door de bomen valt. “Ik dacht even dat het leven mij niets meer te bieden had.”

Maar de manier waarop hij het vertelt, laat zien dat verdriet en levenslust prima kunnen samenleven. “Ik moest opnieuw leren bewegen. Alleen. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat het leven het vroeg.”

Hij glimlacht. “Ze zou woest zijn als ze zag dat ik mijn dagen binnen zat te verpieteren. Dus dat doe ik niet.”

Willems blik op de toekomst

Vraag hem naar zijn plannen en hij grapt: “Hoeveel papier heb je?” Hij wil naar Zuid-Afrika. Hij wil leren pottenbakken. Hij wil zijn tuin opnieuw ontwerpen. Hij wil zijn kleindochter groot zien worden. “En misschien schrijf ik wel een boek,” zegt hij. “Maar dan moet ik eerst nog wat meemaken.”

Voor hij vertrekt, staat hij op met dezelfde energieke beweging als waarmee hij binnenkwam. “Schrijf maar op dat ik gelukkig ben,” zegt hij. “Nog steeds. Misschien wel meer dan ooit.”