
‘In een groentetuin zie je het leven zoals het bedoeld is’: interview met tuinvrouw Noor van Breemen
Noor van Breemen (43) runt een kleinschalige, biologische moes- en groentetuin aan de rand van Drenthe. Ze levert aan lokale restaurants, geeft workshops, en leeft letterlijk met haar handen in de aarde. Volgens haar is tuinieren geen hobby, maar een manier van denken en een manier van leven.
“De aarde liegt nooit. Mensen wel, agenda’s wel, maar de aarde nooit.”
Noor staat met rubberlaarzen in een bed rode bieten terwijl ze dit zegt. Ze plukt een blad, wrijft het tussen haar vingers en ruikt eraan. “De grond vertelt je alles. Of je te snel gaat. Of je te weinig geeft. Of je te veel wilt. In de tuin word je meteen afgestraft als je ongeduldig bent.” Het is duidelijk dat dit haar domein is. Je ziet het in haar bewegingen — rustig, beheerst, aandachtig.
“Een groentetuin is geen productie, het is een samenwerking”
Volgens Noor maken veel beginners één grote denkfout: ze willen controleren. “Maar een tuin laat zich niet controleren. Je werkt samen met weer, bodemleven, insecten, tijd… Het is een dans. Hoe meer je forceert, hoe slechter het wordt.” Ze knielt bij een rij wortelen. “Ik zaai, maar de natuur beslist. En dat is precies wat het zo mooi maakt.”
“Iedere groente heeft een eigen karakter”
Ze loopt naar een veld met sla, courgettes, bonen en prei. “Elke groente vraagt iets anders. Sla is gevoelig. Courgettes zijn gulzig. Prei is stoïcijns. Bonen zijn vrolijk en explosief — echt pubers van de tuin.” Ze lacht hard. “Als je hun karakter begrijpt, wordt tuinieren makkelijker. Dan voel je wanneer je moet ingrijpen en wanneer je juist moet loslaten.”
“Mensen zijn vergeten hoe verse groenten smaken”
Volgens Noor proeven we te veel supermarktgroenten uit kassen waar snelheid belangrijker is dan smaak. “Een wortel die net uit de grond komt, smaakt naar zon, aarde en energie. Een tomaat die buiten heeft gerijpt, smaakt naar zomer. Dat kun je niet faken.” En het mooiste? “Kinderen eten hier opeens groenten die ze thuis weigeren. Omdat ze het zélf hebben geoogst.”
“De tuin geeft structuur en ruimte tegelijk”
Noor vertelt dat de seizoenen bepalen hoe haar leven eruitziet. “In de lente ren ik. In de zomer oogst ik. In de herfst bewaar ik. In de winter denk ik. De tuin houdt me bij de les.”
Haar belangrijkste tip voor beginners
“Begin klein. Heel klein. Een vierkante meter. Een paar soorten. Leer kijken. De tuin is geduldig… maar jij moet dat ook zijn.”
